![]() | ![]() | |
| Home > Behandeling > Problemen? > Prik- en spuitangst | ||
|
Zoeken
BEZOEKADRES
Burgemeester Daleslaan 23 POSTADRES Postbus 9015 6500 GS Nijmegen TELEFOON (024) 365 8736 FAX
(024)365 8744 info@kdcn.nl
| Prik- en spuitangstAngst voor insuline spuiten of bloed prikken uit zich op verschillende
leeftijden en op verschillende wijze. Het diabetesteam geeft adviezen om deze problemen op te lossen. Bij grote problemen kan een kinderpsycholoog geraadpleegd worden. Ouders kunnen een belangrijke bijdrage leveren om prik- en spuitangst te verminderen. Het is belangrijk dat een volwassene het kind laat zien dat spuiten en prikken niet eng is, geen nare gevolgen heeft en niet moeilijk is. Bij kleine kinderen kan een ouder dat laten zien door zichzelf te prikken of te spuiten. Als het kind zelf leert bloedprikken en insuline spuiten, kan je hem dit op ouders (of grootouders, grote broer/zus) laten uit proberen. Doe dat zo vaak als nodig is en laat daarmee zien dat het niet naar of moeilijk is. Verplaats je als ouder in de situatie van het kind en bedenk hoe het overkomt als je ouders niet willen of te bang zijn om zich te prikken of te spuiten. Kleine kinderen kan je beter niet te lang van tevoren zeggen dat er bloed geprikt of insuline gespoten moet worden. Veel kinderen worden steeds angstiger als ze te lang van tevoren weten dat er iets vervelends gaat gebeuren. Andere kinderen willen enige tijd van tevoren weten wat en wanneer iets gaat gebeuren en voelen zich overvallen, bijvoorbeeld als ze in hun spel gestoord worden. Probeer per situatie te bekijken wat voor jouw kind het beste werkt. Plaatselijk
verdovende crème (Emla-pleister) kan de pijn effectief verminderen. Het is
raadzaam om dit bij (kleine) kinderen te (laten) gebruiken bij veneus
bloedprikken (in bloedvat). | |
© 2012 KDCN | ||