header
Home > Home > Nieuws

Nieuws

 

Start jong-volwassenenspreekuur

Vanaf 1 januari 2012 opent het KDCN een speciaal spreekuur voor jong volwassenen waarbij de kinderarts, internist en (kinder) diabetesverpleegkundigen nauw samenwerken. Internisten en diabetesverpleegkundigen uit het Canisius Wilhelmina ZIekenhuis en UMC St Radboud zijn intensief betrokken bij dit spreekuur.

Waarom een speciaal poliklinisch spreekuur voor jong volwassenen met diabetes?

Uit het verleden hebben we geleerd dat veel jong volwassenen de stap naar de internist moeilijk vinden. Dit blijkt uit het feit dat een aantal jongeren geen afspraak maakt bij de internist of de afspraken bij de internist niet goed nakomt. Mogelijk heeft dit te maken met de levensfase waar jong volwassenen in zitten of omdat de internist onvoldoende aansluit bij het verwachtingspatroon.
Om de overgang van het ‘kinder-diabetes team’ naar het ‘volwassen-diabetes team’ beter op elkaar aan te laten sluiten, hebben wij een gezamenlijk spreekuur ontwikkeld: het jong volwassenen diabetes spreekuur.
Door dit spreekuur wordt een soepele, geleidelijke en verantwoorde overgang van de kinderarts naar de internist een feit. Dit in een levensfase die voor jonge mensen al veel veranderingen met zich mee brengt. Zo wordt de basis gelegd voor een stabiele relatie met de ‘volwassen’ behandelaars.

 

Ketoacidose bij kinderen na late diagnose van diabetes mellitus type 1

Hilde van Munster, Kees Noordam, Paul Voorhoeve en Janiëlle van Alfen-van der Velden

 

In het artikel ‘Ketoacidose bij kinderen na late diagnose van diabetes mellitus type 1’ dat op 8 oktober jl. in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde is verschenen beschrijven wij de signalen van diabetes mellitus type 1 bij kinderen en maken wij duidelijk dat het belangrijk is de diagnose op tijd te stellen.

Bij kinderen die zich voor het eerst presenteren met diabetes mellitus type 1 duurt het namelijk vaak een tijdje voordat de juiste diagnose gesteld wordt. Door deze vertraging kan het tekort aan insuline zo groot worden dat er een diabetische ketoacidose (of diabetescoma) ontstaat. Wij beschrijven in dit artikel drie jongens die naar hun huisarts gaan omdat ze veel moeten plassen en veel drinken. De verschillende huisartsen stellen op dat moment de diagnose ‘diabetes mellitus type 1’ niet en sturen de patiënten naar huis. Enkele dagen later worden de kinderen opgenomen in het ziekenhuis met een diabetische ketoacidose.

Wij vinden dat er altijd een vingerprik gedaan moet worden door de huisarts wanneer kinderen zich presenteren met klachten van veel plassen, veel drinken en gewichtsverlies. Als dan uit de vingerprik blijkt dat er sprake is van een hoge bloedsuiker, moet de huisarts het kind diezelfde dag nog naar een kinderarts verwijzen om een diabetische ketoacidose te voorkomen.

Voor meer informatie kunt u gaan naar www.ntvg.nl/publicatie/Ketoacidose-bij-kinderen-na-late-diagnose-van-diabetes-mellitus-type-1/abstract. Hier vindt u een (Engelstalige) abstract van ons artikel.

Van Munster HE, Noordam C, Voorhoeve PG, Van Alfen-van der Velden AA. Ketoacidose bij kinderen na late diagnose van diabetes mellitus type 1. Ned Tijdschr Geneeskd 2011; 155: A3039

 

Huidproblemen bij kinderen met diabetes mellitus type 1

Hilde van Munster, Cathelijne van de Sande en Janiëlle van Alfen-van der Velden

Tijdens het jaarlijkse congres van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (www.nvk.nl) van 2 november jl. hebben wij een posterpresentatie gehouden over huidproblemen bij kinderen met diabetes mellitus type 1.

Bij deze kinderen komen er veel huidproblemen voor rondom de plaatsen waar insuline wordt toegediend, denk bijvoorbeeld aan lipohypertrofie (bulten), lipohypotrofie (deuken) en roodheid. Toch is er maar weinig onderzoek naar deze problemen gedaan. Daarom onderzoeken wij hoe vaak deze huidproblemen voorkomen en welke risicofactoren er zijn voor het ontstaan ervan.

Daarvoor bekijken we de huid van alle kinderen met diabetes type 1 wanneer ze naar het KDCN komen en hebben we een vragenlijst gemaakt om andere gegevens te verzamelen. Tot nu toe hebben we de gegevens verzameld van 177 kinderen en zagen we dat lipohypertrofie en roodheid bij ongeveer 30% van de kinderen voorkwam en lipohypotrofie bij ongeveer 10%. We zagen meer lipohypertrofie bij kinderen die spuiten, maar meer roodheid bij kinderen met een pomp. Als een kind al eerder een huidinfectie had gehad was er ook vaker sprake van roodheid. Bij kinderen met een pomp was er meer roodheid wanneer het setje te vaak op dezelfde plaats werd ingebracht. Bij kinderen die spuiten was er meer lipohypertrofie en lipohypotrofie wanneer er te vaak op dezelfde plek werd gespoten.


Uit ons onderzoek is dus gebleken dat huidproblemen veel voorkomen en een belangrijk probleem vormen. Daarom is het belangrijk dat de huid regelmatig gecontroleerd wordt. We hopen dat we door het vinden van risicofactoren het ontstaan van huidproblemen beter kunnen voorkomen en ze beter kunnen behandelen.

 

“Possibilities for prevention of diabetes and its complications”

ISPAD congres, oktober 2011,

Miami Beach, Florida, United States

Vanuit het KDCN zijn wij dit jaar afgevaardigd naar het jaarlijkse, internationale congres over diabetes bij kinderen en jongeren (congres van de International Society for Pediatric and Adolesent Diabetes (ISPAD)). Wij geven hier graag een samenvatting van.

Eén van de belangrijkste onderwerpen betrof wel de recente ontwikkelingen met betrekking tot de continue glucose meting (CGM). Ervaringen omtrent het gebruik van CGM werden gedeeld en natuurlijk werd er gesproken over ‘closing the loop’. Dit wil zeggen, hoe kunnen de CGM waarden gekoppeld worden aan de insulinepomp zodat deze automatisch de juiste hoeveelheid insuline afgeeft waardoor bolussen, tijdelijke basaalstand ed. overbodig wordt. Voor deze ‘closed loop behandeling ’ moeten we nog even geduld hebben omdat er nog hard gewerkt dient te worden aan een goed rekenkundig model om deze behandeling veilig en nauwkeurig toe te kunnen passen. Maar de eerste resultaten in ‘proef-patiënten’ zijn hoopgevend.

Verder werd gesproken over de stand van zaken met betrekking tot mogelijke genezing van diabetes (bijvoorbeeld eilandjes transplantatie) of nieuwe ondersteunende behandelingsmogelijkheden (bijvoorbeeld leptine behandeling). Ook werden ideeën op het gebied van preventie van diabetes (bijvoorbeeld door middel van vaccinatie of voeding) bediscussieerd. Er wordt in dit veld veel werk verzet en de resultaten zijn hoopvol, echter het voorkomen of genezen van diabetes mellitus type 1 ligt op de korte termijn nog niet binnen onze mogelijkheden.

Zoals uit de titel van het congres blijkt, waren er een aantal presentaties over preventie en diagnostiek van diabetische complicaties. Mogelijkheden voor screening op risicofactoren voor de ontwikkeling van complicaties werden uitgelicht. Wij beseffen dat we wij binnen het KDCN al een uitgebreid screeningsprogramma voorhanden hebben maar zien mogelijkheden tot verbetering naar aanleiding van de presentaties.

Er was veel aandacht voor kwaliteit van leven bij kinderen en jongeren met diabetes en hun ouders. Een nieuwe ontwikkeling hierin is de webbased behandeling en begeleiding. Deze blijkt succesvol in verschillende studies. Wij delen deze mening gezien onze eigen ervaringen met ‘Suikerplein’ . Wij hebben nieuwe suggesties voor verbetering van onze webbased behandeling aangereikt gekregen op dit congres.

Een aantal symposia werden gewijd aan transitie van zorg voor jongeren met diabetes mellitus. Dit onderwerp heeft onze speciale belangstelling omdat we per 1 januari 2012, samen met de internisten van het CWZ/UMC St Radboud, gaan starten met een transitieprogramma voor onze jongeren. Het uitwisselen van ervaringen met betrekking tot dit onderwerp was daarom een welkome aanvulling op onze eigen plannen.

Naast diabetes mellitus type 1 werd ook aandacht besteed aan type 2 diabetes. Deze vorm van diabetes komt in Nederland nog niet zo vaak voor bij kinderen, maar het aantal kinderen met diabetes mellitus type 2 stijgt ook bij ons met de jaren in verband met een toenemend aantal kinderen met overgewicht en onvoldoende beweging. Er werd gesproken over preventie en behandeling  van diabetes mellitus type 2 bij kinderen.

Tot slot, was er aandacht voor diabeteszorg voor kinderen in ontwikkelingslanden. Vanuit de ISPAD worden samenwerkingsverbanden opgericht om deze zorg te verbeteren. Doodsoorzaak nummer één voor kinderen in de derde wereld met diabetes is een gebrek aan insuline. De symposia over dit onderwerp staan in schril contrast met de presentaties over  CGM, webbased behandeling en type 2 diabetes ten gevolge van overgewicht.

Wij hebben een heel inspirerend congres gehad met veel vooraanstaande,  internationale sprekers. Daarnaast was er volop de mogelijkheid om ervaringen te delen met collega’s van binnen – en buitenland en kennis te maken met internationale autoriteiten op het gebied van de kinderdiabeteszorg. Tot slot, hebben we - tussen de presentaties door-  kunnen genieten van de stranden en palmbomen van Miami Beach.  Het was een bijzondere ervaring, die mede mogelijk werd gemaakt door Roche.

 

Cathelijne van de Sande, kinderdiabetes verpleegkundige 

Janielle van Alfen, kinderarts-endocrinoloog.

 

 

 

 

 

 

 

7 juni 2011
KDCN-Symposium 25 mei 2011:
Het kind met diabetes in 2011: wat hebben we het te bieden?

Op 25 mei organiseerde het KDCN een landelijk symposium over diabeteszorg bij kinderen. Het symposium was druk bezocht met onder andere kinderartsen, diabetesverpleegkundigen, psychologen en diëtisten vanuit het hele land.

Het programma was zeer gevarieerd, waarbij het kind met diabetes centraal stond. Zo waren er groepssessies over de stand van zaken met betrekking tot nieuwe ontwikkelingen en erfelijkheid. Maar ook de psychologische ondersteuning van jongeren met diabetes kwam uitgebreid aan bod. Tussendoor vonden workshops plaats over  bijvoorbeeld continue bloedsuikermeting en nieuwe pompen, het diabetesspel dat gebruikt wordt tijdens onze groepsconsulten en onze interactieve behandelmethode via internet (Suikerplein).  

Tijdens de lunch hebben we flink koolhydraten geteld en gerekend aan de insuline onder toeziend oog van de diëtisten.

Naast het informatieve en educatieve karakter van het symposium was kennisuitwisseling tussen verschillende kinderdiabetesteams vanuit het hele land een belangrijk doel van het symposium. De ontspannen en open sfeer gaf hiertoe uitgebreid gelegenheid.

Wij danken alle participanten voor hun actieve deelname, mede dankzij hun aanwezigheid kunnen we terugkijken op een geslaagd symposium!

Namens het hele KDCN-team.

Janiëlle van Alfen

Voor een overzicht van de presentaties klik hier.....


30 mei 2011
Sensoren onder voorwaarden vergoed. KDCN bereikt overeenstemming met verzekeraars.

Vanaf 1 januari 2011 wordt onder voorwaarden de behandeling met de insulinepomp in combinatie met (langdurige) continue glucosemeting vergoed. Het gaat hier dus niet om een kortdurende (3 tot 5 dagen) meting met een sensor, die we gebruiken om te achterhalen wat er in een specifieke situatie speelt.

De voorwaarden staan beschreven in het rapport van CvZ (College voor Zorgverzekeringen). Kort gezegd kan de langdurige continue glucosemeting ingezet worden bij een aantal groepen kinderen: kinderen onder de 6 jaar, kinderen die hypo’s niet aanvoelen, kinderen die ernstige wisselingen in glucosespiegels hebben, kinderen die veel last hebben van de wisselingen in glucosespiegels, kinderen die een bijkomende ziekte hebben zoals bijvoorbeeld taaislijmziekte. Altijd moet dan ook gelden dat op alle andere manieren geprobeerd is dit te verbeteren (pomp inclusief Wizard gebruik, goed bekend met en geschoold in koolhydraten tellen, gemotiveerd), waarbij de HbA1c onder de 8,5 % (69 mmol/mol) zit.

De kosten voor de behandeling worden aan het ziekenhuis vergoed door de zorgverzekeraar. Het ziekenhuis zal dan ook  de benodigde materialen leveren aan de kinderen. De afgelopen maanden hebben we daarom met de zorgverzekeraars overlegd wat de vergoeding is die hier tegenover staat. Inmiddels hebben we op dit punt overeenstemming bereikt met een aantal grote zorgverzekeraars, zodat de vergoeding voor een groot deel van onze kinderen mogelijk is (mits voldaan wordt aan de voorwaarden).

Als jij of je ouders denken dat een continue glucosemeter jou zou kunnen helpen: bespreek dit dan met je dokter en/of diabetesverpleegkundige. Natuurlijk zullen ook wij aangeven als we denken dat een continue glucosesensor jou kan helpen een betere instelling te bereiken of om een andere reden nuttig voor je is. Vinden we samen dat dit zo is en voldoe je aan de voorwaarden dan kun je starten met de continue glucosesensor. Natuurlijk krijg je dan goed uitgelegd hoe dit werkt en checken we of jij en/of je ouders goed met koolhydraten en de boluswizard kunnen werken. In de beginperiode hebben we regelmatig contact over de metingen, na verloop van tijd zal de sensor je helpen de pompinstelling steeds beter aan te passen aan jouw situatie.

Bezoek ATTD Londen door Paul Voorhoeve en Cathelijne van de Sande

Van 16 t/m19 februari 2011 zijn Dr Paul Voorhoeve en Cathelijne van de Sande, diabetesverpleegkundige, naar de ATTD in Londen geweest. Dit is een internationaal congres over technologische ontwikkelingen in de diabeteszorg.

ATTD staat voor "Advanced Technologies & Treatments for Diabetes".

Op dit congres komen honderden dokters en verpleegkundigen, veelal gespecialiseerd in diabeteszorg, van over de hele wereld bij elkaar om de allerlaatste nieuwtjes te horen over de ontwikkelingen in de behandeling van diabetes.  Naast  aandacht voor pomptherapie (onder andere nieuwe patchpompen), continue glucose meting(sensoren), closed-loop systemen en verschillende (nieuwe) insulines, was er ook aandacht voor uitleesprogramma’s van pompen en meters, huidproblemen en vaccinaties.

Over veel ontwikkelingen in de diabetes zorg zijn we binnen het KDCN al geïnformeerd, maar we zijn nu op de hoogte van de laatste ontwikkelingen en hebben veel gepraat met collega’s over de nieuwe ontwikkelingen.

We verwachten voor de komende tijd geen grote veranderingen in behandelmethodes. Wel is het duidelijk dat het aantal verschillende soorten pompen in de komende jaren zal toenemen. Of alle pompen ook even goed of juist beter zijn dan de huidige pompen moet nog blijken. Ook zullen er waarschijnlijk nieuwe soorten insulines komen, die nog sneller of juist langer werken dan de huidige insulines.

Er is ook veel gesproken over (nieuwe) sensoren: het wordt steeds duidelijker dat het gebruik van sensoren in veel gevallen (niet alle helaas) kan helpen bij het verbeteren van de instelling. Probleem in Nederland is dat de vergoeding voor deze dure techniek nog niet goed geregeld is. Dit probleem bestaat overigens ook in veel andere landen in de wereld. De verwachting is echter dat in de komende tijd hier meer duidelijkheid over komt en dat ook in het KDCN er meer kinderen gebruik kunnen gaan maken van sensoren. 

 

Suikerplein

Suikerplein biedt kinderen vanaf 13 jaar, die bij het KDCN in behandeling zijn, een virtuele ontmoetingsplek waar ze ervaringen kunnen delen met elkaar én waar ze met hun dokter en verpleegkundigen kunnen chatten en mailen. Elk kind heeft een eigen "Mijn diabetes" ingang. Hier kan hij/zij alle vragen stellen over de eigen situatie en gegevens invullen over de behandeling.
Lees verder....